Er komt een zondag waarop de deur voor het laatst dichtgaat. De klok luidt nog één keer, het orgel speelt, en daarna wordt het stil. Voor de mensen die er gedoopt zijn, getrouwd of afscheid hebben genomen, is dat een verdrietig moment. Voor het gebouw is het het begin van een onzekere tijd: wat nu?
Steeds meer kerken in Nederland komen voor die vraag te staan. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zegt het helder: kerken worden op veel plekken niet meer zo druk bezocht, en dat betekent minder geld voor onderhoud of voor de energierekening. Het afnemende aantal actieve religieuzen zet ook het voortbestaan van veel kloosters onder druk. Het gevolg is dat een groot aantal kerken voor de eredienst wordt gesloten, wordt herbestemd of soms zelfs met sloop wordt bedreigd.

Een ingrijpend besluit
Voor een kerkbestuur is het sluiten van een kerk zelden een snelle beslissing. Vaak gaat het om een keuze tussen meerdere kerken in een fusieparochie of een samengevoegde gemeente: welk gebouw blijft, welk gebouw gaat? In de katholieke kerk is het aan de bisschop om een kerk aan de eredienst te onttrekken. Het bisdom Haarlem-Amsterdam noemt als redenen onder meer het kleiner worden van de parochie, het afnemen van het aantal kerkgangers, te hoge kosten of een slechte staat van het gebouw, en een teruglopend aantal vrijwilligers. Parochianen moeten worden gehoord; tegen het besluit is bezwaar en beroep mogelijk.
Ook bij protestantse gemeenten gaat er een lang gesprek aan vooraf. Mag het gebouw nog blijven als kerk, kan het gedeeld worden met anderen, of is verkoop de beste weg? Soms is het antwoord: voortzetten en verhuren. Soms: een deel herbestemmen. En soms: verkopen, aan iemand die het gebouw een toekomst kan geven.
Een kerk die haar functie verliest, hoeft het gebouw niet te verliezen.
De kerkenvisie
Omdat de vraag niet per kerk maar per dorp of stad speelt, is er sinds 2019 een actief kerkenvisiebeleid. Volgens de Rijksdienst werken sindsdien zo’n 240 gemeenten, in verschillende stadia, aan de toekomst van hun kerkgebouwen. Een kerkenvisie is een strategische visie op meerdere kerkgebouwen in een gemeente of regio, opgesteld in dialoog tussen gemeente, kerkeigenaren, inwoners en erfgoedorganisaties. Het gaat dan over alle kerkgebouwen, monumentaal en niet-monumentaal, nieuw en oud, ongeacht geloof.
De kernvragen zijn eenvoudig te stellen en moeilijk te beantwoorden: welke gebouwen blijven kerk, welke worden geschikt gemaakt voor meervoudig gebruik, en welke worden gesloten en krijgen een andere functie? Voor een verkoper is een kerkenvisie waardevol, omdat ze helpt om vooraf te weten welke richting de gemeente op wil. In Oterleek speelde de kerkenvisie mee in het plan om van de kerk één woning te maken.


De lege tijd
Tussen de laatste dienst en een nieuw begin zit vaak een periode van leegstand. Dat is de gevaarlijkste tijd voor een gebouw. Een kerk die niet verwarmd wordt, niet gelucht en niet gebruikt, gaat achteruit. Vocht, lekkages en achterstallig onderhoud stapelen zich op, en elk jaar wordt een herbestemming duurder.
Daarom is het verstandig om vroeg na te denken over wat er na de sluiting gebeurt. Tijdelijk gebruik kan helpen: een atelier, een expositie, een werkplaats. De O.L.V. Onbevlekt Ontvangen-kerk in Den Helder was bij de verkoop in gebruik als atelier en werkplaats, en werd aangeboden als herontwikkelingsobject, met medewerking van de gemeente aan een woonbestemming. De Sionskerk in Tilburg werd na de laatste dienst in 1970 atelier, kantoor, fotostudio en sportschool, lang voordat er een woning in kwam.
Wat er kan
Het goede nieuws is dat een kerk zich op veel manieren laat herbestemmen. Wonen, werken, cultuur, horeca, zorg: het is allemaal gebeurd. Maar wat op papier kan, is niet altijd haalbaar. Een kerk kan geschikt lijken voor wonen, zorg of cultuur, maar of die functie op die plek planologisch, financieel en in de markt werkt, moet worden uitgezocht. Het bestemmingsplan of omgevingsplan, de monumentstatus, de bouwkundige staat en de investering bepalen samen wat realistisch is.
Herbestemming voorkomt leegstand en verval, en soms is splitsen de sleutel: een kerk met behoud van schip of koor opgedeeld in meerdere woningen, of een kloostergang die ateliers wordt. Op Heijplaat in Rotterdam verleende de gemeente in 2023 een omgevingsvergunning om de voormalige Elimkerk te transformeren tot twee woningen. In Musselkanaal kreeg een rijksmonumentale zaalkerk in 2019 een omgevingsvergunning om er te mogen wonen; de kerkzaal is nu ontvangst- en werkruimte, de voormalige consistorie een woning.

Kerken die wachten, en kerken die te koop staan
Op dit moment staan bij Redres onder meer twee kerken te koop die laten zien hoe verschillend een tweede leven eruit kan zien. In Musselkanaal de zaalkerk uit 1926 van architect A.H. Kleinenberg, tussen 2019 en 2023 gerestaureerd en verduurzaamd, met het interieur van de kerkzaal grotendeels gaaf. En in Apeldoorn de voormalige baptistenkerk Rehoboth uit 1920, die de huidige eigenaren sinds 2017 tot loftwoning maakten, met de kerkzaal als hart van het huis.
Andere kerken wachten nog op die stap. Ze staan leeg, of worden nog een paar keer per jaar gebruikt, terwijl het bestuur nadenkt over wat komen gaat. Voor hen is het belangrijk dat de eerste beslissingen goed worden genomen: welk gebruik past bij het gebouw, wat is het waard in de huidige staat, en wie is de koper die het begrijpt? Het actuele aanbod van Redres staat op redres.nl.
Een zorgvuldige overdracht
Redres de Bouwkunstmakelaar, sinds 2003 landelijk actief, begeleidt de verkoop van kerken, kloosters, kapellen en pastorieën, en adviseert kerkbesturen over afstoting, behoud en herbestemming. Dat begint bij het gebouw: de geschiedenis, de architectuur, de monumentwaarden. Daarna komen de mogelijkheden: wat staat het omgevingsplan toe, wat vraagt het gebouw, wat is haalbaar? En dan pas de markt: wie zoekt zo’n gebouw, en wie kan het een toekomst geven?
Want uiteindelijk gaat het bij de verkoop van een kerk om meer dan een transactie. Het gaat om een gebouw dat generaties lang een gemeenschap heeft gediend, en dat dat nog lang kan blijven doen, op een andere manier.


